
Het Wenckebachfonds bestaat 100 jaar. Een memorabel moment. Maar wist je dat een ongeluk met een opslagkraan in 1926 het startpunt was voor de oprichting van het fonds?
Een ongeval op 17 februari 1926 vormt een flinke tegenslag voor het bedrijf. Hierbij gaat de grote opslagkraan die de grote ertsvoorraad overspant, volledig verloren. Het toenmalige Hoogovens stort 10.000 gulden in een ‘nieuw te vormen Wenckebachfonds’. Ook mevrouw Wenckebach, de echtgenote van de oprichter van Hoogovens, legt 1.000 gulden bij.
Een lichtpuntje in donkere tijden
In een brief aan mevrouw Wenckebach wordt grote dank uitgesproken voor de bijdrage aan het fonds. Daarnaast worden zorgen uitgesproken over de gevolgen van het ongeval want door het verlies van de kraan wordt ‘een zeer ernstige storing’ voor het bedrijf verwacht waardoor ‘de vooruitzichten voor de naaste toekomst die zich lang niet ongunstig lieten aanzien, plotseling zeer onzeker en donker worden’. Symbolischer had het niet kunnen zijn; het Wenckebachfonds als lichtpuntje in donkere tijden. Toen al en nu nog steeds.
Solidariteit als verbindende factor
Hoogovens komt de klap te boven en een jaar na het ongeval wordt besloten dat ook werknemers maandelijks een kleine bijdrage aan het fonds zullen doen. Hiermee krijgt het fonds een solidariteitskarakter; een grote wens van de heer Wenckebach die het belang van de werknemers graag voorop wil stellen, ook in tijden van tegenspoed. De middelen die beschikbaar zijn, kunnen meteen worden ingezet om hulp te verlenen. Vanaf het begin is die solidariteit inderdaad groots. Het Wenckebachfonds versterkt de band tussen het bedrijf en de medewerkers. En geeft Hoogovens een nóg sterker en uniek karakter.
Uiteenlopende aanvragen
Sindsdien kan elke (oud-)werknemer bij het fonds een aanvraag voor financiële bijstand indienen voor zichzelf en (onder voorwaarden) voor medegezinsleden. En nog steeds, 100 jaar later, maken (oud-)collega’s gebruik van het fonds. De aanvragen lopen uiteen. Van de aanvraag voor een bijdrage voor een scootmobiel tot de aanvraag voor de verbouwing voor een woning na een ongeval van een kind. Het leverde in de afgelopen jaren heel bijzondere, soms schrijnende aanvragen en dankbare aanvragers op. Voorbeelden zijn het verhaal van René van Kuilenburg (link) en Jack Dumont (link).
Soms ook teleurstelling
Maar kan elke (oud-)werknemer zomaar een aanvraag indienen? “Nee, dat is niet zo”, zegt Peter Ament, voorzitter van het Wenckebachfonds. “Als aanvrager moet je een werknemer of oud-werknemer zijn. Ook de weduwe of weduwnaar van een (oud-)werknemer kan een aanvraag indienen. Een aanvraag kan voor jezelf, je partner of (onder voorwaarden) voor je kinderen zijn. Het Wenckebachfonds verleent bijstand in verband met kosten die zijn gemaakt als gevolg van ernstige ziekten of ongevallen of omstandigheden die daaruit voortvloeien en overige situaties waarbij hulp noodzakelijk is. Uiteraard zijn hier wel voorwaarden aan verbonden. Zo moet de aanvrager bijvoorbeeld behoorlijk zijn verzekerd, zelf al naar andere oplossingen hebben gezocht en moet er een (medische) indicatie of (medische) verwijzing zijn. Het is dan ook niet zo dat we elke aanvraag toekennen. Soms moeten we mensen helaas teleurstellen.”
Nog steeds een groot goed
“Elke zes weken komt de Raad van Beheer van het Wenckebachfonds bij elkaar voor het beoordelen van de aanvragen die in de periode ervoor zijn gedaan”, vervolgt Peter. “Deze bestaat uit een afvaardiging van medewerkers, benoemd door de Ondernemingsraad en een afvaardiging namens de werkgever (benoemd door de directie van Tata Steel). Samen beoordelen zij de aanvragen zorgvuldig. Er wordt goed wordt gekeken naar de geldende richtlijnen. Wat ik heel mooi vind is dat het fonds nog steeds als een groot goed wordt gezien. Als werknemers leveren we elke maand een heel bescheiden bijdrage waar we mensen die het nodig hebben, mee kunnen helpen. Ook in moeilijk tijden voor het bedrijf, behouden we zo onze solidariteit. Ja, na 100 jaar zorgen we zo nog steeds met elkaar, voor elkaar.”
